Slavenhandel

De trans-Atlantische handel in slaven

Locatie: het Commerciehuis in Middelburg

Na de grote ontdekkingsreizen in de vijftiende en zestiende eeuw vestigen Europeanen zich in Amerika. De Portugezen beginnen met het verbouwen van rietsuiker in Brazilië en laten de plantages bewerken door slaven uit Afrika. Andere koloniserende Europese staten nemen dit principe van slavenarbeid over, waaronder de Republiek.

In 1621 wordt de West-Indische Compagnie (WIC) opgericht, naar het model van de VOC. De WIC wil een monopoliepositie in de Nederlandse slavenhandel. Maar daar slaagt ze niet in. In Zeeland ondernemen ook particulieren slavenreizen en in 1720 verenigen kooplieden zich in de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC). De MCC groeit uit tot een van de grootste spelers op het gebied van de internationale slavenhandel. Het Commerciehuis te Middelburg dient als hoofdpakhuis en plaats waar handelaren vergaderen en zakelijke overeenkomsten sluiten.

Samen transporteren Europeanen in ruim tweehonderd jaar miljoenen Afrikanen. Meer dan 550.000 van deze slaven worden verscheept door Nederlanders. De trans-Atlantische slavenhandel vult een aantal zwarte bladzijden in de geschiedenis van Europa. Er zijn zowel binnen als buiten de Nederlandse landsgrenzen discussies over hoe met dit verleden om te gaan. Om deze geschiedenis zichtbaar te maken staat er sinds 2005 een slavernijmonument op de Balans in Middelburg. Het staat pal tegenover het Commerciehuis.

Meer informatie:

  • Guido van Hengel, Een ondernemend volkje. Hoe Nederland zich wereldwijd op de kaart zette, Diemen 2008.
  • www.zeeuwsarchief.nl