De polder

‘God schiep de aarde, maar de Hollanders maakten Holland’, Descartes.

Locatie: de Westpolder

Een ‘betreurenswaardig ras’, zo noemt de Romeinse schrijver Plinius de Oudere de bevolking die rond het begin van onze jaartelling aan de oevers van de Noordzee huizen. Ze wonen op opgehoogd land en worden twee keer per dag overspoeld door vloed. Vertwijfeld vraagt hij zich af of het gebied nu tot het land of tot de zee behoort.

In Nederland gaan mensen al voor het begin van de jaartelling de strijd aan met het water, met terpen en wierden. Het landschap is er sindsdien op verschillende plekken door gevormd. Denk aan polders zoals de Beemster, de Haarlemmermeer en de Flevopolder.

Door de eeuwen heen verschijnen er meer dijken, sloten en kanalen in de rest van Europa. Van Duitsland en Polen tot België, Frankrijk en Italië: de Nederlandse kennis van waterwerken wordt alom geroemd en ingezet.

Een voorbeeld is het Duitse schiereiland Nordstrom. Halverwege de zeventiende eeuw komen Nederlandse dijkbouwers hierheen om het land te beschermen tegen de zee. En Nederlandse Mennonieten, op de vlucht voor de katholieke Inquisitie, bewerken al in de zestiende eeuw de moerasdelta van de rivier de Vistula in Polen. Het landschap van dijken en kanalen is nog steeds herkenbaar in de regio Zulawy in het noorden van het land. Net als in de Pontijnse moerassen ten zuiden van Rome.

In Groningen ligt de Westpolder (1875). Dit is niet zomaar een van de vele Europese polders die worden aangelegd voor akkerbouw, veeteelt en wonen. Het is de geboortegrond van de man die het Europese landbouwbeleid drastisch zou hervormen. Hier wordt in 1908 Sicco Mansholt geboren, de latere sociaaldemocratische minister en Eurocommissaris van landbouw.

De opa van Sicco komt samen met zijn broer in 1875 als pionier naar de Westpolder. Ze wonen in boerderijen vernoemd naar verdronken Groningse dorpen: Fletum en Torum. In dit weidse landschap waar Sicco opgroeit tussen de socialistische boeren liggen zijn politieke wortels. Zijn kennis van het boerenleven en een uitgesproken visie op de Europese toekomst tekenen zijn ministerschap en zijn tijd als landbouwcommissaris van de Europese Commissie (1958-1973).

De politieke focus van Mansholt ligt onder meer op de modernisering van de Europese landbouw en de maatschappelijke emancipatie van de boeren. Naar aanleiding van de verschrikkingen van de Hongerwinter is Mansholts credo ‘nooit meer honger’. Dit past hij toe op Europa, wat resulteert in een gemeenschappelijk Europees beleid van productiestandaarden, minimumprijzen en importtarieven. Dankzij de landbouwsubsidies worden boeren in feite werknemers. De Europese landbouwsector wordt steeds beter beschermd en Europa raakt meer en meer zelfvoorzienend in de voedselproductie. Maar grote overschotten zijn het gevolg. En boeren buiten Europa maken geen kans meer op de gesloten markt van Fort Europa. De prijs voor bescherming is schaalvergroting: kleine boerenbedrijven delven het onderspit.

Meer informatie:

  •  Frank Westerman, De graanrepubliek (2010).
  • Lucas Reijnders, Het boerenbedrijf in de Lage Landen. Geschiedenis en toekomst (2002).
  • www.parlement.com