Scheepsbouw

Hoe Nederlandse schepen de wereldzee├źn bevaren.

Locatie: Czaar Peterhuisje in Zaandam

In de zomer van 1697 krijgt de Zaanse smidsknecht Gerrit Kist een mysterieuze logee. Het is een opvallend lange man die op de werf komt werken. Hij hoopt in stilte het vak van scheepsbouwer te leren, terwijl hij in een houten huisje onder aan de dijk verblijft. Maar de Zaankanters krijgen snel door dat het niet zomaar een nieuwe scheepsbouwer is. Dit is de Russische tsaar Peter de Grote. Het huisje waar de tsaar verblijft kennen we vandaag als het Czaar Peterhuisje. Het is een van de oudste houten huisjes van de Zaanstreek, en het staat symbool voor internationale uitwisseling van kennis.

De tsaar komt niet voor niets naar de Republiek om het vak van scheepsbouwer te leren. De Nederlanden, met in het bijzonder de Zaanstreek, zijn toonaangevend op dit gebied. De goede verbinding met landen aan de Oostzee zorgt voor voldoende hout. En dankzij de uitvinding van de houtzaagmolen worden schepen hier sneller en goedkoper gebouwd. Want nu het houtzagen mechanisch gaat is er minder mankracht nodig. De Amsterdamse gilden weigeren uit eigenbelang de vestiging van deze nieuwe industrie, maar ze rekenen zich ten onrechte rijk. De scheepsbouwindustrie in de Zaanstreek profiteert hier juist van.

Schepen van Nederlandse makelij varen onder verschillende vlag de hele wereld over.
Europese heersers zoals de koning van Zweden, de Franse Lodewijk XIII en tsaar Peter de Grote laten hun vloten in de Republiek bouwen of ze halen Nederlandse scheepsbouwers naar hun hoven. In de achttiende eeuw werken er zelfs zoveel Nederlanders aan de vloot in St. Petersburg dat de regels en voorschriften zowel in Russisch als in Nederlands zijn opgesteld.

Meer informatie: